●● Bij de bevrijding van Groningen in april 1945 werd in de binnenstad zwaar gevochten. Dat er ook in het Noorderplantsoen hevig is gestreden, is minder bekend. Hier volgt een verslag van de gevechtshandelingen met het verhaal van een ooggetuige. Ook wordt aandacht besteed aan het aantal slachtoffers en aan de schade die in de binnenstad ontstond.

Zware gevechten in het Noorderplantsoen

Duitse troepen hadden zich in de week voorafgaand aan zondag 15 april 1945, ingegraven in de ‘heuvels’ en gazons van het Noorderplantsoen met loopgraven, schuttersputjes, prikkeldraadversperringen en een aantal mitrailleurnesten. Ook werd er een FLAK (een Duits luchtafweerkanon) geplaatst in de muziekkoepel die toen nog Muziektent werd genoemd. Met zo’n FLAK kon ook horizontaal worden geschoten. Dit kanon werd maar één keer afgevuurd. De houten vloer van de muziekkoepel bleek te zwak voor dit wapen waardoor het kanon scheef wegzakte en onbruikbaar werd.

Plattegrond Noorderplantsoen april 1945

Plattegrond Noorderplantsoen april 1945

Aan het begin van zondagmiddag 15 april 1945, trokken Canadese troepen vanaf het Reitdiep op naar de zuidelijke helft van het plantsoen en langs de Oranjesingel richting Kerklaan. Daarbij ontstonden een hevige vuurgevechten. De Duitsers schoten furieus vanuit de loopgraven die gelegen waren voor de vijvers en vanuit de stellingen in de heuveltjes daarachter. De Canadezen beantwoordden het Duitse vuur op dezelfde wijze maar veel terreinwinst boekten de Canadezen niet. Rond 14.00 uur gaf een aantal Duitsers uit de loopgraven vóór de vijvers zich over.

De Duitsers in de verdedigingslinies daarachter vochten door, waarbij ze het voordeel hadden van hun hoger gelegen linies en het vrije schootsveld over het vlakke gazon en de vijver. Zo werd het drie uur, half vier, vier uur. Er werd veel over en weer geschoten maar de toestand veranderde niet. De Duitsers werd gesommeerd zich over te geven maar dat werd geweigerd.

De Canadese opmars richting Delfzijl werd tegengehouden omdat de Duitsers de Canadese troepen vanuit het Noorderplantsoen de toegang tot de Bedumerweg versperden. Met hun vuurkracht hielden ze de Canadezen tegen die probeerden op te rukken via Oranjesingel en de Grachtstraat, de Nieuwe Kijk in ’t Jatstraat, de Nieuwe Boteringestraat en de Nieuwe Ebbingestraat. Ook de Bedumerweg kon vanuit het Noorderplantsoen worden bestreken.

Door de hevige tegenstand van de Duitsers zou de geallieerde opmars in Noord-Nederland een aanzienlijke vertraging ondervinden en daarom moest er een doorbraak worden geforceerd.

De Canadezen beschikten over de Wasp-vlammenwerper: een lichte gepantserde gevechtswagen van 4-ton uitgerust met een vlammenwerper die een reikwijdte had van 30 meter. Een wapen dat o.a. inzetbaar was om verdedigingslinies (weerstandsnesten) en mitrailleurnesten op te ruimen. Rond 16.30 uur verscheen een drietal Wasp-vlammenwerpers, die via de zuidelijke ingang vanaf de Plantsoenbrug het Noorderplantsoen binnenreden.

Vuurstraal na vuurstraal spoten deze ‘Wespen’ over de heuvels van het plantsoen. Duitsers, struiken en bomen vlogen in brand, het heuvelterrein veranderde in een vlammenzee. Na het geweld van de vlammenwerpers gaven de Duitsers zich over. Om 17.30 uur die avond was het gedeelte van het Noorderplantsoen plantsoen tot Moesstraat – Nieuwe Kijk in ’t Jatstraat gezuiverd. De Duitse linies daarachter tot aan de Nieuwe Ebbingestraat werden daarna eveneens uitgebrand, voor zover de Duitse soldaten al niet gevlucht waren. Ook werden nog enkele Duitsers uit de kelder van de oude stadswal (de Kattenberg) krijgsgevangen gemaakt.

Toen op zondagmiddag rond 18.00 uur de oprukkende Canadese tanks vanuit de binnenstad het noordelijke einde van de Nieuwe Ebbingestraat bereikten, was het gehele Noorderplantsoen bezet door de Canadezen. Een belangrijke Duitse verdedigingslinie was opgeruimd waardoor de geallieerde opmars richting Delfzijl kon worden voortgezet.

Een paar dagen later zagen een paar spelende jongens sigarettenrook uit de vloer van de muziekkoepel opstijgen. De jongens waarschuwden enkele volwassenen. Het bleek dat een handvol gevluchte Duitsers in de kelder onder de muziekkoepel een toevlucht had gezocht. Zij werden door enkele leden van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten zonder tegenstand alsnog gevangengenomen.

Muziekkoepel (Muziektent) Noorderplantsoen Groningen

Muziekkoepel (Muziektent) Noorderplantsoen Groningen

Deze muziekkoepel is gebouwd in 1905. Bij het herstel van de muziekkoepel in 1945/1946 is de kelder volgestort met puin en afgedekt met een cementvloer. Ook werd de keldertoegang dichtgemetseld. De oorspronkelijke houten vloer, die diende als klankbodem, is daardoor verloren gegaan. En door de massieve cementvloer is het oorspronkelijke akoestisch effect ook verloren gegaan. Het Rotonde paviljoen in het Noorderplantsoen, een bouwwerk uit 1930 in de Amsterdamse Schoolstijl, werd ontworpen door stadsarchitect Siebe Jan Bouma (1899-1959). Bij de gevechten in 1945 bleef het nagenoeg onbeschadigd.

Ooggetuigenverslag van Lien Kuizinga

‘Wij woonden tijdens de oorlog aan de Noorderbinnensingel 99B in Groningen. Ons gezin bestond uit vader en moeder met twee dochters Lien en Willy. Wij logeerden tijdelijk bij onze ouders vanwege de oorlogsomstandigheden. We woonden op de tweede verdieping en hebben de gevechten en de afloop daarvan, vanuit de ramen aan de straatkant, gezien als we heel vlug en voorzichtig even naar buiten keken’.

Huis van Lien Reckweg aan de Noorderbinnensingel 99B. Lien staat voor het raam samen met haar moeder en zuster. In het rechts achterliggende huisje woonde de familie Sjoerds.

Huis van Lien Reckweg aan de Noorderbinnensingel 99B. Lien staat voor het raam samen met haar moeder en zuster. In het rechts achterliggende huisje woonde de familie Sjoerds.

‘Wij lagen met ons vieren op de vloer in de achterkamer zover mogelijk bij het raam aan de voorzijde vandaan. Willy en ik moesten ons van onze vader verstoppen onder de tafel in de achterkamer. Daar lagen we alle vier onder dekens om te ontkomen aan glassplinters als de ramen eventueel werden kapotgeschoten. Er is die middag enorm geschoten en er was urenlang een ontzettend gedreun en lawaai om ons heen. Het was vreselijk angstaanjagend en we waren allemaal ontzettend bang dat ons huis een voltreffer zou krijgen’.

‘Ons huis werd meerdere keren geraakt door kogels maar gelukkig niet door granaten. De kogelgaten kan je nog steeds zien rechtsboven in de voorgevel. Er is ook een schot afgevuurd in de trapopgang naar de eerste verdieping. De kogel veroorzaakte een gat in de voordeur dat later door mijn moeder werd gebruikt om er een touwtje door te hangen waarmee we de deur konden open trekken als er niemand thuis was!’.

‘Ik heb nog stiekem gezien dat er Canadese vlammenwerpers door het plantsoen reden die alles in brand schoten. En ook hoorden we hoe er buiten werd geschreeuwd door in brand geschoten Duitsers. ’s Avonds werd het weer rustig; de gevechten leken toen voorbij te zijn. Pas de volgende ochtend mochten we van onze vader naar buiten. Het hele plantsoen lag bezaaid met uitrustingsstukken, kogelhulzen en andere troep. We mochten van onze vader nergens aankomen. De muziekkoepel op het grasveld tegenover de Nieuwe Kijk in ’t Jatstraat was vernield, er lag een kanon in. Nog geruime tijd na de gevechten lagen er dode en verbrande Duitsers in het plantsoen voordat ze werden weggehaald. Ik vind het nog steeds afschuwelijk als ik er aan terugdenk’.

‘Ook hoorden we die ochtend pas wat voor verschrikkelijks onze buurvrouw Sjoerds de vorige middag was overkomen. Zij woonde met man en kinderen in het lage huis rechts van ons. Zij raakte die middag ernstig gewond aan haar linkerarm door een verdwaalde kogel. Omdat er geen hulpdiensten beschikbaar waren moest buurman Sjoerds haar zelf voor behandeling naar het Academisch ziekenhuis brengen. Dat ziekenhuis lag aan de Oostersingel, een heel eind van de Noorderbinnensingel vandaan’.

Ze hebben haar arm provisorisch afgebonden en op een of andere manier haalde men een kruiwagen waar ze in werd gelegd. Sjoerds vertrok, luid roepend en met een witte doek zwaaiend naar het ziekenhuis. De tocht moet heel moeilijk, zwaar en gevaarlijk zijn geweest. Onderweg moest hij via Grote Appelstraat en Kleine Appelstraat eerst de Nieuwe Kijk in ’t Jatstraat en daarna, via de Violenstraat, ook nog de Nieuwe Ebbingestraat oversteken. In zowel de Nieuwe Kijk in ’t Jatstraat als de Nieuwe Ebbingestraat vonden die middag voortdurend vuurgevechten plaats tussen zich terugtrekkende Duitsers en Canadezen.

De witte doek werd kennelijk gerespecteerd waardoor Sjoerds er in slaagde via het straatje de Jodenkamp en de Bloemsingel zijn vrouw in het ziekenhuis af te leveren. Gelukkig overleefde buurvrouw Sjoerds het maar haar onderarm moest worden afgezet. In de buurt bleef die geamputeerde arm nog jarenlang een blijvende herinnering aan de oorlog.’

‘Ik herinner me trouwens nog dat het straatje de Jodenkamp tijdens de oorlog Verlengde Brouwerstraat heette. En dat er bij de ingangen van het Noorderplantsoen bordjes stonden met daarop ‘Verboden voor Joden’. Die verschenen niet alleen in parken maar ook bij openbare gelegenheden zoals cafés, restaurants, de Vismarkt en bij schuilkelders. Afschuwelijk vonden we dat binnen ons gezin.

Mijn moeder heeft tijdens de oorlog van een Joods gezin, dat aan het Bernouilliplein woonde, een aantal zaken in bewaring gehad. Na de oorlog zijn die door een familielid opgehaald. Hoe het met dat gezin is afgelopen heb ik nooit gehoord. Mijn moeder had het altijd over ‘die aarme jeud’n’ als het over Joodse inwoners van Groningen ging’.

Straatnaamaanpassingen op last van NSB burgemeester

Hierboven wordt genoemd dat tijdens de oorlog op last van NSB burgemeester Tammens de naam Jodenkamp moest worden veranderd in Verlengde Brouwerstraat. Er waren meer ‘Joodse namen’ die de Duitsers lieten verwijderen. Zo werden de straatnamen Davidstraat, Rosensteinlaan, Oppenheimstraat en Hamburgerstraat aangepast in Barthold Entensstraat, Rengerslaan, Hendrik Westerstraat en Bollandstraat. De Jozef Israëlsstraat en het Jozef Israëlsplein kregen de namen De Vries Lamstraat en De Vries Lamplein. De Duitse bepaling werd in 1945 ingetrokken waarna de straatnaamborden werden vervangen door straatnaamborden met de oorspronkelijke namen.

Aantal slachtoffers in Groningen bij de bevrijding

De bevrijding van Groningen heeft veel mensenlevens gekost: onder de Groningse bevolking vielen 106 doden en een onbekend aantal gewonden; onder de Canadezen 209 doden en gewonden. De Duitse troepen (6.000 – 7.000 man) waren samengesteld uit een samenraapsel van diverse onderdelen bestaande uit oudere veteranen, 15 tot 16 jarigen van de Hitlerjugend en een kern van fanatieke Duitse en Nederlandse SS’ers. Een aantal van 2.500 Duitsers werd door de Canadezen krijgsgevangen gemaakt; de rest was gesneuveld, gewond of gevlucht.

Materiële schade in Groningen na de bevrijding

Tijdens de bevrijding werden in Groningen 285 panden totaal verwoest, evenals 270 woningen en 92 bedrijfsruimtes, winkels enz. Zwaar beschadigd werden rond 100 woningen en een 30-tal bedrijven en winkels. Licht beschadigd werden circa 5.000 woningen en 500 bedrijfsruimtes, winkels enz. Hoewel Groningen met ruim 32.000 woningen en vele openbare gebouwen minder zwaar getroffen werd dan andere steden in het zuiden en westen van ons land, bood de stad in de aprildagen na de bevrijding een triest beeld van verwoesting.

De binnenstad van Groningen rond 1950.

De binnenstad van Groningen rond 1950.

De Dienst Gemeentewerken kreeg opdracht het puin te ruimen en het herstel van de parken en plantsoenen zo snel mogelijk tot uitvoering te brengen. Direct na de bevrijding begon het puinruimen waarbij naast Groninger aannemers en hun personeel, in het begin ook gevangen genomen NSB-ers, collaborateurs en Duitse krijgsgevangenen werden ingeschakeld.

Het puin werd op karren afgevoerd naar het voormalige Duits exercitieterrein aan de Noorderbinnensingel, een braakliggend stuk grond tussen Grote Kruisstraat en Grote Leliestraat en Noorderbinnensingel en Violetsteeg) waar tussen 1938-1940 alle sloppenwoningen en ook het ‘Gasthuis voor den werkenden stand’ waren afgebroken.

Puinhopen Noorderbinnensingel op het voormalige Duitse exercitieterrein. Links boven zijn de ingangen van de Duitse bunkers te zien. Op de achtergrond staan de huizen aan de Grote Kruisstraat.

Puinhopen Noorderbinnensingel op het voormalige Duitse exercitieterrein. Links boven zijn de ingangen van de Duitse bunkers te zien. Op de achtergrond staan de huizen aan de Grote Kruisstraat.

Dat puin op het voormalige exercitieterrein werd later gebruikt voor de demping van het kanaal vanaf de Westerhaven langs de A-weg tot aan het Hoendiep. Op het vrijgekomen braakliggende terrein aan de Noorderbinnensingel bouwde Woningbouwvereniging Volkshuisvesting in 1947-1948 twee woonblokken. Langs het Damsterdiep lag nog zo’n puinstortplaats. Dat puin is later gebruikt bij het dempen van het Buiten-Damsterdiep (het deel van het Damsterdiep tussen Petrus Campersingel en Van Stakenborghkanaal bij de Oostersluis.

Het Duitse exercitieterrein aan de Noorderbinnensingel

Jan Niemeijer, de schrijver van het boekje Donkere Stad, vertelt hierover in zijn boek wat hij als kind hier meemaakte: […] De Duitse soldaten moesten daar eindeloos exerceren. Ze liepen er met het geweer over de schouder, links uit de flank, rechts uit de flank. Ook moesten ze allerlei geweeroefeningen doen en op commando hun wapen laden. En als er bij het laden een patroon op de grond viel, werd de betrokken soldaat door z’n instructeur verschrikkelijk afgeblaft. En vaak kreeg hij bevel de patroon met de mond van de morsige grond op te pakken.

We keken bij de oefeningen vaak toe vanaf de Kattenberg, een met bomen en struiken begroeide heuvel, een overblijfsel van de vroegere vestingwal. Vanaf veilige afstand zagen we, hoe de soldaten werden afgebeuld en hoorden we, hoe ze werden afgesnauwd. Eens zaten we er weer, in het gras, toen de soldaten het bevel kregen de bajonetten op de geweren te plaatsen. Daarna kregen ze het commando: ‘Stormen!’ en ze kwamen in looppas naar de heuvel, waar wij zaten. Met tientallen tegelijk klommen ze naar boven. De bajonetten waren dreigend op ons gericht. Angstig wachtten we af. Wat ging er gebeuren? Hadden ze het op ons gemunt? Maar na een fluitsignaal keerden de soldaten terug'[…].

Omvang van het puinruimen na de oorlog

De volgende cijfers geven een goed beeld van de omvang van het puinruimen in Groningen: vervoerd werd 70.000 m3 puin en 1.750 ton metalen, nog afgezien van materiaal van o.a. centrale verwarmingsinstallaties e.d. Ongeveer 300 arbeiders hebben hieraan zeven maanden gewerkt.

Voor herstel- en wederopbouwwerkzaamheden werden 2.000.000 uit het puin gesorteerde bakstenen hergebruikt. Er was ook zo’n 120 ton balkijzer uit het puin gehaald waarmee bruggen in de provincie werden hersteld. Nog bruikbare kloosterstenen werden gereserveerd voor Monumentenzorg en waren bestemd voor restauratiewerkzaamheden.

De funderingen en kelders van de verwoeste panden werden niet opgeruimd, waarschijnlijk met het oog op het omvangrijke (dure) aanvullingswerk en met de optimistische gedachte dat met de wederopbouw snel zou worden begonnen. Maar sommige gaten in de bebouwing van het centrum van de stad bleven, door vooral politieke problemen over de herbouw van de noordelijke en oostelijke marktwand, nog tot 1955 zichtbaar.

De in die tijd bekende schrijver J.B. Charles schreef het gedicht ‘Groningen 1946’
waar het in de eerste strofe gaat over de puinhopen in de binnenstad:

‘Nooit heb ik kinderen zo vervoerd zien spelen
als in het puinveld van de binnenstad
in Groningen na de duitse terreur.
Jongens, als kleine gidsen behoedzaam,
klommen en daalden langs loodrechte wanden;
meisjes die verrukt samenspanden:
deze kelders waren zalen!’ […]

Tijdens de bevrijding werden ook verschillende bouwblokken buiten het centrum geheel verwoest door het oorlogsgeweld. De grootste puinhopen waren te zien aan de Paterswoldseweg, Kraneweg, Hereplein, Ubbo Emmiussingel en omgeving, Hereweg, Lodewijkstraat, Trompstraat, Radesingel en omgeving en de Veemarktstraat. Daarnaast gingen nog enkele verspreid liggende panden geheel verloren.

De verwoesting in het centrum gaf de zwaarste verliezen te zien: zo was de Stoeldraaierstraat geheel verdwenen, volledig vernield door een ontploffende Duitse vrachtauto met munitie. En de Guldenstraat, Waagstraat, de noordelijke en oostelijke marktwand, Oude Ebbingestraat en Oosterstraat waren zeer zwaar gehavend. Gelukkig bleef, op enkele nog steeds zichtbare kogelgaten en schampschoten na, de Martinitoren gespaard. Aan de achterzijde van het Gemeentehuis, rechts naast de achterdeur, is nog een aantal gaten te zien die veroorzaakt zijn door een Canadese mitrailleur.

Klachten over de trage wederopbouw

Het Nieuwsblad van het Noorden van 10 maart 1947 schreef over het trage verloop van wederopbouw het volgende:

“In maart 1947 werd door de Stichting voor Oorlogsgetroffenen, de Vereniging van getroffen Zakenlieden en de Buurtvereniging Oude Ebbingestraat bij B en W van Groningen een onderhoud aangevraagd wegens de grote bezorgdheid, die er bestond over de wederopbouw. De wederopbouw in Groningen verliep naar hun mening te traag. Ook werd er gevraagd de geheimhouding op de reeds gemaakte plannen op te heffen en de bevolking meer gelegenheid te geven tot medewerking aan de opbouw. Het bleek echter dat de geheimhouding was opgelegd door de Raad van Wederopbouw die, zo werd gezegd, alle macht in handen had. Wethouder mevrouw Aarsen-Jansen (PvdA) deelde mee, dat de geheimhouding niet opgeheven zou kunnen worden, omdat er in de kringen van de burgerij een veel te grote belangstelling bestond voor de wederopbouw. ‘Die grote belangstelling is lastig en hindert het maken van plannen’ zei de wethouder.

Zij deed de toezegging, dat de wederopbouw van de binnenstad geen vertraging zou ondervinden door de nieuwbouw elders in de stad. Weliswaar liet de algemene materiaalpositie nog geen algemene wederopbouw toe maar als vaststaand kon worden beschouwd, dat zolang er geen definitieve plannen klaar waren, ook over de materiaalverkrijging en de financiering van de wederopbouw geen onderhandelingen konden worden gevoerd.”

Geraadpleegde bronnen
– Gesprekken met Lien Reckweg-Kuizinga in 2004.
– Jean-Denis Lepage – Vestingen en schansen in Groningen.
– W. van Ommen Kloeke – De bevrijding van Groningen.
– Jan Niemeijer – Donkere Stad
– M.H. Huizinga – Vier dagen in april.
– Het gedicht van J.B. Charles staat in de bundel ‘Inkt van dizze stad’,
Groningen in gedichten gekozen door Reinold Kuipers.
– Gemeente Groningen – Bouwend Groningen.
– Duijvendak – Groningen in de twintigste eeuw
– Klachten over de trage wederopbouw – NvhN 10 maart 1947